Henk&Jeannette naar Suriname.reismee.nl

Woensdag 25 januari 2012 - de evaluatie

Het gebruikelijke schema: 5 uur op, 6 uur eten, 10 over half zeven in de bus, 10 over half acht op school.

Vandaag gaan we aan de hand van de 6 P´s van de marketingmix (personeel-product-proces-plaats-prijs-promotie) de webwinkel vullen. Hilfertsheem-Beatrix heeft ter beoordeling een aantal mogelijke artikelen meegegeven. Die worden als eerste bekeken. De zelfgemaakte portemonneetjes uit gebruikte vruchtensappakken worden unaniem als leuk en geschikt beoordeeld, alhoewel niet helemaal origineel. Ook de gepimpte hoesjes voor de mobiele telefoon kunnen de goedkeuring wegdragen en dat geldt ook voor de rompertjes. De placemats waren ook wel aardig, alleen moet daar nog wel iets aan de kwaliteit van de afbeeldingen gebeuren. Ook moet uitgezocht worden of er geen sprake is van inbreuk op het beeldrecht bij bijv. de tegelmotieven. De rugtas, die trouwens ook door het Corlaer College werd ingebracht, vond men prima, maar daar worden bedenkingen over de prijs geuit. Dat laatste moet trouwens bij de gehele Nederlandse inbreng in de gaten gehouden worden. Wat voor ons goedkoop is, kan voor de gemiddelde Surinamer toch te duur uitvallen. Van Surinaamse zijde worden de aardewerk-artikelen van de pottenbakker en de sieraden van de handelaar voorgesteld. Het Corlaer College is nog druk op zoek naar gepaste artikelen.

Vervolgens worden de afdelingen benoemd: Directie, Inkoop, Verkoop, Voorraadbeheer en Financiële Administratie. Voor deze afdelingen worden dan de takenpakketten bepaald.

Na de pauze heeft de Anton Resida School een wedstrijd georganiseerd over welke klas voor de leerlingwerving de beste schoolslogan/-yell kan bedenken. Onze leerlingen worden aan enkele klassen toegevoegd. Elke klas moet zijn slogan op een spandoek schilderen en de beste wordt beloond met een bedrag van 50 Srd (Surinaamse dollar) , toe te voegen aan het klassenbudget en te besteden tijdens het jaarlijkse schooluitje. De winnaar wordt bepaald door de directeur en onderdirecteur. Er blijken aardig wat creatievelingen te schuilen onder de schoolbevolking, maar uiteindelijk wint een derde klas met de slogan: “Be hot, be cool, don’t be a fool, go always to Anton Resida School”. Waarmee deze schooldag wordt afgesloten.

’s Middags brengen we een bezoek aan Frederiksdorp, een oude plantage waar koffie en cacao verbouwd werd. We rijden met de bus rechtstreeks van school naar Leonsberg, ten noordoosten van Paramaribo aan de Surinamerivier, waar een aanlegsteiger is voor de boten van Frederiksdorp. Tot mijn verrassing blijkt mevrouw Mildred Caprino, onze gids van zondag, ook nu aan boord te zijn. Nou, maak je borst maar nat, dat worden weer kleurrijke verhalen. En ja hoor, het begon al op de boot. Op het punt waar de Commewijnerivier in de Surinamerivier uitmondt, ligt Fort Nieuw Amsterdam, dat samen met het er tegenover, aan de Commewijne liggende fort Leiden en het meer naar de monding van de Surinamerivier liggende fort Nieuw-Purmerend, de kern vormt van de Nederlandse verdediging van de plantages tegen de buitenlandse (lees Engelse en Franse) invallen in de slaventijd. Mevrouw Caprino had weer boeiende verhalen over de plantages en over de daar werkende slaven (slaafgemaakten noemt zij ze). Fort Zeelandia, het van oorsprong Engelse fort in Paramaribo, was oorspronkelijk het enige fort in Suriname en dat werd door de plantage-eigenaren voldoende geacht voor de verdediging. Want zij moesten uiteindelijk de kosten van de verdediging van hun kostbare bezit zelf ophoesten (en ons bin zunig). Na invallen van de Fransen, eind achttiende eeuw, waarbij alles wat los en vast zat, geroofd werd en de rest vervolgens platgebrand, dacht men er toch wel iets anders over, mosterd na de maaltijd dus. Daarom werden er toch maar forten gebouwd. Die hielpen wel tegen de Engelsen en de Fransen, maar bepaald niet tegen de rooftochten van de bosnegers (Marrons - naar het bos gevluchte slaven), die voor hun voortbestaan, voedsel en vrouwen nodig hadden. Die aanvallen bleven, ondanks de forten, onverminderd doorgaan, totdat men in de loop van de negentiende eeuw, tegen aanzienlijke betalingen uiteraard, vrede met ze sloot. Mevrouw Caprino wist ons weer met de nodige schuldgevoelens op te zadelen, maar toen bleek, dat haar geografisch inzicht toch niet al te groot was. Toen wij voorbij Fort Amsterdam de Commewijne opvoeren, hield ze bij hoog en bij laag vol dat wij nu stroomafwaarts voeren en als wij Frederiksdorp voorbij zouden varen, wij uiteindelijk via via in de Atlantische Oceaan zouden uitkomen. Van dat idee was ze, tot onze grote hilariteit, met geen stok vanaf te brengen.

Na een half uur varen kwamen we aan de aanlegsteiger van Frederiksdorp. Frederiksdorp is niet meer in bedrijf als plantage. Het is inmiddels met steun van het Nederlands Cultuurfonds gerestaureerd. Er is nu, om het rendabel te maken, een klein, maar exclusief hotel gevestigd. Tevens worden er dagtochten naar toe geregeld en wordt een deel van de grondgebied verhuurd als jacht- en visgebied. In het oorspronkelijke plantagegebouw (de directeurswoning) is nu een appartement gevestigd, geschikt voor groepen tot 10 personen. De huidige eigenaar, dhr. Hagemeier, is van Nederlandse afkomst en woont in de voormalige dokterswoning, onderdeel van een complex van 7 ambtenarenwoningen, naast het plantagegebouw. De overige 6 woningen zijn verbouwd tot appartement.

Toen we aankwamen kregen wij, bij wijze van lunch, een kom saotosoep voorgezet, een heel voedzame soep met rijst en groenten en een heel ei erin. Dit werd vroeger de slaven voorgezet als spotgoedkoop krachtvoer, aldus mevr. Caprino. De soep was weer overheerlijk.

Daarna kregen we een rondleiding over de plantage door mevr. Caprino. De grote hoeveelheden beeldende verhalen zal ik jullie besparen, maar niet onvermeld mag blijven dat ze tijdens de rondleiding enige slavenliedjes ten gehore bracht en dat bepaald niet onverdienstelijk. Bob Hofman, onze projectleider, werd bij wijze van voorbeeld, door haar tot plantagedirecteur bevorderd en hij liet op voortreffelijke wijze zien, hoe een plantagebezitter vanaf zijn balkon uitkijkt over zijn bezittingen.

Na de rondleiding voeren we terug naar Paramaribo. ’s Avonds zijn we met de hele groep gaan eten bij “Zus en Zo” We kregen een Caraïbische maaltijd voorgezet met veel vis, rijst en kip. De ober had al gezegd dat er hier en daar een graat in de vis zat, maar lieve hemel, die vis zat vol met graten. Bij elke kleine hap zaten zeker 10 graten of graatstukken. Maar wat was die vis lekker! En dan neem je die graten maar op de koop toe.

Reacties

Reacties

mildred Caprino

groter zou vermoedelijk het geografisch en historisch inzicht zijn gebleken als ik verder met u de Commewijne rivier was afgevaren en via het Matapica- kanaal ( met de hand gegraven) de Atlantische Oceaan zou bereiken. Varende door dit kanaal zou ik zingen, zingen voor de gemiddeld 4 slaafgemaakten die zich per dag doodwerkten voor de afgod > van..... .
Wil u nog eens verder varen , via de Commewijne dan gaan we via de Motkreek naar zee ( neem een kaart erbij )

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!