Dinsdag 24 januari 2012 - de handelaren
Weer om 5 uur opstaan, om 6 uur eten, om 10 over half zeven in de bus, richting Anton Resida School.
Drie leerlingen van het Corlaer College mochten dit keer de Surinaamse vlag hijsen. Het ging ze nog goed af ook. Vandaag stond in het kader van de de 6 P’s een bezoek aan een lokale pottenbakker en een gesprek met een jonge handelsondernemer op de Anton Resida School op het programma.
Alle leerlingen (Nederlandse en Surinaamse) gingen op bezoek bij een pottenbakkerij, die eigendom was van de Hindoestaanse ondernemer Soerdjan Parodi. Na een rondleiding kregen ze gelegenheid tot het stellen van vragen. De pottenbakkerij, die nog werkt met het oorspronkelijke concept van veel handwerk en weinig mechanisatie, ondervindt veel concurrentie van de veel goedkopere Chinese en Indische import. Het bedrijf werkt dan ook voornamelijk nog voor feestdagen (Divali – aardewerk schoteltjes voor kaarsjes), toerisme en speciale gelegenheden (zoals bedankcadeautjes voor bruiloftsgasten). De benodigde klei komt uit groeven in diverse districten in Suriname. De kwaliteit hiervan wordt met het oog en op gevoel beoordeeld. Voor laboratoriumonderzoek is geen geld. Er zou wel een eigen onderzoeksbureau gestart kunnen worden, ook voor andere pottenbakkerijen, de benodigde kennis en knowhow hiervoor is aanwezig, maar daarvoor krijgt het bedrijf geen toestemming van de rijksoverheid.
Het mengen en het controleren van de klei op ongerechtigheden, zoals steentjes en plantenwortels, gebeurt met de hand en is het meest arbeidsintensieve en tijdrovende deel van het productieproces. Elk stukje klei wordt uit elkaar gehaald en nageplozen. Een achtergebleven haarwortel verbrandt tijdens het bakproces en maakt het aardewerk poreus. Ook dit deel van het productieproces zou gemechaniseerd kunnen worden. Daarvoor zou een drooginstallatie en een kraakinstallatie aangeschaft moeten worden. Maar daar is geen geld voor. De consistentie van de klei wordt beïnvloed door al dan niet toevoegen van zand. Ook dit gebeurt op gevoel. Als de consistentie niet goed is, barst het aardewerk tijdens het bakproces.
Het vormen gebeurt met de hand op een ……… Een geoefend werker kan twee tot vier uur per dag en ongeveer twee weken achter elkaar dit werk doen. Daarna moet hij een maand rust nemen, om zijn handen gelegenheid te geven zich te herstellen. Nagels zijn afgesleten en de huid van de vingers is dermate aangetast dat verder werken niet mogelijk is. Handschoenen dragen is geen optie, omdat hij dan geen gevoel in zijn vingers heeft. D e vrouw van de pottenbakker, die in het bedrijf meewerkt, kan voor het Hindoe-feest 400 olieschaaltjes per uur vormen. Dat is uitzonderlijk veel en daarom kan zij volstaan met twee uur per dag in het bedrijf en besteed de rest van de tijd aan het huishouden. Na het vormen worden de producten een tijd lang te drogen gezet. Enerzijds scheelt het brandstof en anderzijds wordt het risico op barsten hierdoor verkleind.
Tot slot worden de producten gebakken in een houtgestookte oven op een temperatuur van 900 tot 1100 oC. De oven is van eigen makelij en is opgetrokken uit gewone baksteen. Deze temperatuur wordt bereikt door een gewone ventilator voor de vuurmond te plaatsen.
Na afkoelen worden de producten, indien gewenst, nabewerkt (met de hand beschilderd of ondergedompeld).
Tijdens het vragenuurtje bleek dat de pottenbakkerij niet meer het hoofdinkomen vormde van de familie. De pottenbakker blijkt ook een begenadigd poëet te zijn, die meerdere prijzen in de wacht gesleept heeft en ook internationaal in aanzien staat met werken die veelal het Surinaamse nationalisme tot onderwerp hebben. Daarnaast is hij tekstschrijver van (vooral Surinaamse) liederen en voordrachtkunstenaar. Tevens wordt hij veel gevraagd voor lezingen en workshops over pottenbakken. In het bedrijf werken verder nog ad-hoc mee zijn zoon (rechten), dochter (biologe, grondonderzoekster en lerares) en schoonzoon (laborant).
Na terugkomst op school stond de handelaar, Erico van der Bok, al op ons te wachten. Hij heeft samen met zijn familie een bedrijf in sieraden, die gemaakt zijn van pitten en boomvruchten: kokriki. Het bedrijf – Ajenekare - is in 2007 opgericht en zowaar ingeschreven bij de Surinaamse Kamer van Koophandel. De sieraden worden in het bedrijf zelf gemaakt en via moderne social media (Facebook, Twitter) aan de man gebracht. Zijn afzetgebied is in vijf jaar uitgegroeid van Suriname tot Zuid Amerika en het Caraïbisch gebied. De bessen en pitten worden geboord en vervolgens geregen. Een sieraad gaat bij zorgvuldig gebruik zeker zes jaar mee. Hij werkt heel veel op bestelling en de klant kan ook een eigen ontwerp aanreiken. Erico kon goed vertellen maar was toch erg zenuwachtig. Hij ging steeds zachter praten, waardoor hij jammer genoeg moeilijk te volgen was.
Tijdens deze sessie kwam een filmploeg van het Surinaamse Jeugdjournaal opdraven. Zo’n gratis stukje reclame voor het nieuwe bedrijf is natuurlijk nooit weg en na de aanvankelijke schuchterheid en drempelvrees gaven de leerlingen een interview weg, alsof ze nooit anders gedaan hadden. We hebben dat ’s avonds op de televisie terug kunnen kijken. Na de school reden de we weer terug nar het centrum van Paramaribo, waar we op een terrasje de plannen voor de middag bespraken. Tijdens deze discussie kwam een tweede TV-ploeg op ons af, nu van het echte journaal. Onze leerlingen draaiden hun hand er niet meer voor om en gaven een interview af dat stond als een huis. Helaas is dat ‘s avonds tijdens het half-acht journaal niet aan bod gekomen. Of het überhaupt nog is uitgezonden weten we niet. De meningen over de invulling van die middag waren nogal verdeeld, zodat we de groep hebben opgesplitst: een deel ging naar hotel Torarica (een zusterbedrijf van ons eigen hotel) om te gaan zwemmen. De rest ging terug naar het eigen hotel.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}